Verlichting inschakelen: Gebruik de linker hendel achter het stuur. De verlichting staat standaard op automatisch.
Verlichting uitschakelen: De verlichting gaat automatisch uit wanneer deze op de automatische stand staat.
Dimlicht: Wordt automatisch ingeschakeld, of handmatig via de linkerhendel.
Grootlicht: Activeer door de hendel naar voren te duwen.
Mistlichten voor: Draai de middelste ring van de schakelaar zo dat het symbool bij het merkteken staat en laat dan los.
Mistlichten achter:Draai de middelste ring van de schakelaar zo dat het symbool bij het merkteken staat en laat dan los.
Dagrijverlichting: Staat standaard aan.
Gevarenlichten: Zet de gevarenlichten aan via de knop op het middenconsole.
Interieurverlichting: De interieurverlichting gaat aan bij het openen van de deuren of tijdens het rijden. Je kunt deze ook handmatig aan- of uitzetten door op de lamp zelf te drukken. Het aanblijven van de verlichting is afhankelijk van de rijmodus en kan in de instellingen aangepast worden.

