Cruisecontrol en snelheidsbegrenzer bedien je met de knoppen links op het stuur. Met SET+ en SET- stel je de snelheid in.
Cruisecontrol inschakelen
Druk op de cruisecontrolknop links op het stuur.
Rijd op de gewenste snelheid en druk op SET+ of SET-. De auto houdt nu de snelheid vast.
Snelheid aanpassen: tik kort op SET+ of SET- voor een kleine stap, of houd de knop vast om de snelheid geleidelijk te veranderen.
Tijdelijk versnellen: trap het gaspedaal in. Laat los om terug te keren naar de ingestelde snelheid.
Even onderbreken: trap kort op de rem. Met RES ga je weer verder op de ingestelde snelheid.
Cruisecontrol uitschakelen: druk nog een keer op de cruisecontrolknop.
Snelheidsbegrenzer inschakelen
Druk op LIM. De begrenzer staat nu aan. Afhankelijk van de instelling neemt hij je huidige snelheid over, of de maximumsnelheid van het laatste verkeersbord.
Stel de limiet bij met SET+ of SET-: kort tikken is een kleine stap, vasthouden een grote stap.
Wil je de limiet even overschrijden? Trap het gaspedaal stevig door.
Snelheidsbegrenzer uitschakelen: druk op LIM. De begrenzer staat dan op stand-by. Druk nog een keer op LIM om hem helemaal uit te zetten.
Let op: dit is iets anders dan de snelheidswaarschuwing, die de snelheid op basis van verkeersborden aangeeft. Daarover lees je meer in het artikel over rijhulpsystemen.
