Opladen
Laad de auto op bij een laadpaal op de vaste plek. Volg daarvoor onderstaande stappen:
De laadklep bevindt zich aan de linker zijkant van de auto, boven het voorwiel. Parkeer de auto met de voorzijde in de richting van de laadpaal.
Zet de auto uit.
Open de laadklep door op de laadklep te drukken.
De laadkabel ligt in de achterbak. Sluit deze aan de auto en daarna aan de laadpaal, druk deze stevig aan.
De laadsessie start nu automatisch. Dit herken je aan de piep en het blauwe licht dat gaat branden.
Het kan even duren voordat de laadsessie van start gaat. De laadindicator op de paal wordt doorgaans blauw. Tevens geeft de auto in het dashboard aan dat deze aan het laden is.
Leg de laaddruppel terug in het dashboardkastje.
Help! De laadsessie start niet!
Check of de laadkabel aan beide kanten goed verbonden is aan de auto én aan de laadpaal.
Probeer de laaddruppel te scannen. In sommige gevallen wordt de auto niet herkend.
Start nu de laadsessie door de laaddruppel voor het leesvlak van de laadpaal te houden. De laadpaal geeft hierbij vaak een piep ter bevestiging.
